Tip #3: Vind het juiste business model

Veel metaalbedrijven in de Benelux kun je herkennen aan een soortgelijk groei traject:

Het begint met een kleine eenmanszaak in een klein pandje, soms al meerdere generaties geleden.

Dit soort bedrijven starten als een manusje-van-alles. Vervolgens komen er steeds meer medewerkers bij. De ondernemer werkt dag en nacht om de business draaiend te houden. Iedere klus is welkom, zo lang het werk maar redelijk betaald is de relaties goed zitten.

Na een paar jaar, is een bedrijf volwassen. Er is een kantelpunt, meestal rond de 20-30 medewerkers, waar het niet meer te doen is om alles te onthouden en ook het blijven uitbesteden van werkzaamheden zorgt voor veel frustratie.

Er dan wordt dan geïnvesteerd in nieuwe ERP-software, nieuwe machines en ineens zijn er allerlei processen en systemen nodig om dat te beheren.

Hierdoor ontstaat een grote valkuil: de meeste ERP-systemen zijn niet ontworpen voor specifieke businessmodellen, maar zijn generiek. Je voelt je dan ook al snel genoodzaakt om je aan zo’n standaardproces te conformeren.

Toen je begon, maakte het niet echt uit wat voor soort orders je aannam of hoe groot de serie was. Maar nu we de 21e eeuw zijn ingegaan, is veel simpel werk naar lagelonenlanden gegaan en zijn er steeds meer bedrijven die ook over moderne machines en software beschikken.

Dus waarom zou een klant nog zaken met jou blijven doen?

Stel dat je focus gaat richten op grote series lasersnijden en het tarief zo scherp mogelijk wilt houden. Om dit te doen, moet je dan 100% inzetten voor het verlagen van kosten, kantoor medewerkers vervangen door software/portals en sommige bewerkingen achterwege laten zodat je minder kans op verstoringen hebt.

Aan de andere kant, als je weg wilt blijven van de race naar de bodem en je wilt richten op het doen van complexere projecten met betere marges, zul je je vooral moeten richten op kwaliteit, snelheid en het bieden van een veelvoud aan opties.

En dan kun je ook nog kiezen of je je eigen producten wilt hebben (of wilt blijven maken). Dit vereist opnieuw investeringen in engineering, productdatabeheer en complexere toeleveringsketens.

Hier is het punt: als je probeert iedereen gelukkig te maken, maak je niemand gelukkig. En dat geldt ook voor je businessmodel en klanten.

In de tijd van de vierde industriële revolutie moet je een keuze maken voor een businessmodel en de software en processen daaromheen inrichten. Er is meer keuze dan ooit tevoren. Daarom, als jij een klant kiest, kan de klant jou kiezen.

Dus wat doe je?

Hier zijn drie mogelijke ideeën waar je voor kunt kiezen:

Factory as a Service: Je voorziet de fabriek van een datastekker en de klant regelt alles zelf, via internet en betaalt voor de service. Er is geen verkoopteam, geen werkvoorbereiding, alleen machines en software. Het is net als de portalen in Nederland die je al kent, maar dan een stap verder.

Waarde fabriek: De focus ligt op het toevoegen van waarde voor de klant. Je denkt niet meer in uren productie, maar focust op superkorte levertijden, complexere en unieke diensten, certificeringen en vakmanschap/kennisinbreng op design.

One stop shop: De klant vertrouwt erop dat je de supply chain van begin tot eind beheert. Je levert grote projecten, inclusief assemblage en montage. Hier ga je voor innovatieve, goedbetaalde bestellingen. De belangrijkste waarde die je levert: zekerheid dat het goed komt.

Als je weet waar je heen wilt, kun je processen beter digitaliseren om daar te komen.

Mijn vraag aan jou is: tot welk businessmodel voel je je het meest aangetrokken? Wat ben je momenteel aan het doen? Klik op “BEANTWOORDEN” en laat het me weten!

Tot de volgende tip!